WNT online: de schatkamer van het Nederlands

Het WNT is een historisch synchroon woordenboek: je kunt eender welk modern (of oud) woord opzoeken en het verleden (of toekomst) van dat woord, klapt te voorschijn. Tegen de achtergrond dat er nog steeds geen gratis online woordenboek voor het Nederlands ter beschikking is, mag dit zeker eens in de verf gezet worden. En het biedt tal van mogelijkheden om mee in de klas aan de slag te kunnen.

WNT in een dertigtal delen, voltooid in 1997

In combinatie met de massa aan historische teksten op de website http://www.dbnl.org/ opent dit perspectieven die voorheen niet denkbaar waren. Historische teksten moesten vroeger altijd gepaard gaan met glossen die elke onduidelijkheid in een oude tekst wegvagen. In die richting heb ik al een keertje in een 5e jaar ASO een klassikale vertaling van het Esbattement van den Appelboom opgezet. Daar sloop helemaal niet zoveel tijd in, maakte een heel aantal leerlingen enthousiast genoeg om er ongevraagd aan verder te werken. En opvoering in de klas, of misschien zelfs een verfilming/bewerking, op basis van een samen geredigeerde tekst hierna, kan en moet een integraal deel zijn van een lessenreeks die lezen, schrijven, literatuur, taalbeschouwing en spreken combineert en integreert. Hopelijk vind ik de tijd om deze lessenreeks nog verder uit te werken.

Los van specifieke projectlessen met het WNT, zou de leerkracht die in de klas over internet toegang beschikt, de reflex moeten ontwikkelen om bij elk uitzonderlijk woord in het WNT op te zoeken: bij het lezen van poëzie, maar ook bij gewone woorden die ons opvallen: china’s appel – chinaasappel – sinaasppel – appelsien:

— SINAASAPPEL, daarnaast APPELSINA (zie ook ald.) APPEL CHINA(‘s), APPELSJIEN enz. —, znw. m. Uit China, den naam van een rijk in Oost-Azië en Appel; de vorm met s(SinaSinees enz. zijn in de oudere taal zeer gewoon) heeft aanleiding gegeven tot de onjuiste meening, dat in het eerste lid de naam van de stad Messina zou zijn besloten.

Dan moet ik na den Dam om Sinaas Appelen te koopen,   asselijn, Spilp. 25 [1693].
Het sap van deez Appel-Sina, zal uw herstelde geest weer doen herleeven, asselijn, Kwakz. 15 [1692].
De Chinas-appelen, die voor dezen niet als van rijke en vermogende Luiden gegeeten plachten te worden, moeten nu hun tanden (t.w. van de dienstmaagden) ook al bezuuren,   s. de vries, Seven Duyvelen 2, 285.
Wel Marretje, van jou Cinaasappelen, en Citroenen, hebje ook al een klantje Aan myn Heer,   v. halmael 3, 9.
Twee schootels met appelen Chinaas,   bernagie, Huwelyk Sl. 20.
Een kar met besneeuwde sinas-appels,   couperus, E. Vere 1, 37 [1889].
De sinaasappels in kwarten gesneden, Sapten om de monden naar frischheid gretig,   v. looy, Feesten 56.
Woordenboeken kunnen ook zalige leesboeken zijn.

Essay: Michel de Montaigne, ‘Over leugenaars’ (1580)

Als een titel het werkelijke onderwerp van een tekst moet vatten, begint Montaigne zijn tekst al met een uiterest slinkse leugen. Een goed deel van het middendeel gaat over het geheugen en vergeetachtigheid en hij gooit daarmee “mensen die bewust onwaarheid spreken” (=liegen) en “zij die onwetend zijn” op een hoopje. Langs een uiterest ingewikkelde weg, leidt Montaigne de lezer naar de conclusie dat het niet belangrijk is veel te weten, veel te onthouden, goed te kunnen spreken enz., maar wel om een scherp verstand te hebben en zo leugenaars te kunnen doorzien.

LESMATERIAAL:

Natuurlijk is Michel de Montaigne niet te versmaden wanneer over het essay wordt gesproken, maar tevens verwoordt hij ook de persoonlijke, individuele, twijfelende stem van de onderzoekende, zelfdenkende renaissancemens. Het dooreengeschudde middeleeuwse wereldbeeld, waarin de aarde niet meer in het middelpunt van Gods schepping staat, laat ook de mens gechoqueerd achter. Nu alle waarheden van buitenaf in duigen gevallen zijn, rest er niets anders dan bij zichzelf te beginnen. Ik weet niets, zegt Montaigne, het enige waarover iets met zekerheid kan zeggen, zijn mijn eigen ideeën, gewaarwordingen en gevoelens.

montaignefrontis

Als een titel het werkelijke onderwerp van een tekst moet vatten, begint Montaigne zijn tekst al met een uiterest slinkse leugen. Een goed deel van het middendeel gaat over het geheugen en vergeetachtigheid en hij gooit daarmee “mensen die bewust onwaarheid spreken” (=liegen) en “zij die onwetend zijn” op een hoopje. Langs een uiterest ingewikkelde weg, leidt Montaigne de lezer naar de conclusie dat het niet belangrijk is veel te weten, veel te onthouden, goed te kunnen spreken enz., maar wel om een scherp verstand te hebben en zo leugenaars te kunnen doorzien.

Terloops maakt de schrijver nog een prachtig pedagogisch argument tegen het klakkeloos memoriseren van kennis.