De fictionaliserende mens: over herinnering en fictie

In het onderstaande fragment illustreert Herman Pleij op prachtige wijze het belang van fictie voor de mens. Zelfs wat we denken dat onze dierbaarste herinneringen zijn, is een verzameling van elementen die we hier en daar onbewust ontleend hebben, zodat het voor ons betekenisvol wordt.

Wat de romanschrijver op bewuste wijze doet, doen wij allemaal elke dag met onze herinneringen. We willen allemaal leven in een verhaaltje dat ergens toe leidt.

Lesverloop:

  1. Eerst wordt het onderwerp ingeleid
  2. Als schrijfoefening aan de leerlingen gevraagd hun eigen vroegste herinnering te noteren.
  3. Er wordt de leerlingen gevraagd hun vroegste herinnering voor te lezen.
  4. We beluisteren en bekijken het fragment met Herman Pleij (7min.)
  5. We proberen gezamelijk tot een conclusie op basis van het filmpje.
  6. De leerlingen proberen op basis van hun herinnering, toetspunten aan te geven: mensen die in de herinnering voorkomen, plaatsen die je opnieuw kunt bezoeken.
  7. De leerlingen proberen hun herinnering te toetsen en rapporteren later in de klas over hun bevindingen.

Frenologie, grafologie en social screening in de Steinerschool van Gent

Freiburg, 7.vii.2012

 Dit is een antwoord op de reacties van twee leerlingen van de Gentse Rudolf Steinerschool naar aanleiding van de volgende artikels:

 

Beste anonieme ex-leerlingen,

Vooreerst vind ik het heel vreemd dat leerlingen een leerkracht aanvallen die kritisch is over de school. Zeker als de praktijken doodleuk worden bevestigd door de directeur, maar streng veroordeeld door de Federatie voor Steinerscholen. Elke kritiek op het schoolbestuur kan in een traditionele school op bijval van de leerlingen rekenen, laat staan dat ze de school blind zouden verdedigen.

Graag had ik geweten van de eerste leerling of zij een jongen of een meisje is, maar in mijn ervaringen gaan de kindbesprekingen waarbij de leerling wordt uitgenodigd altijd over meisjes. Ik was vooral gechoqueerd (de enige correcte spelling, wat De Morgen ook wil doen geloven) door de vrouwelijke leerkrachten die aan het vraaggesprek lustig meededen en geen enkel besef bleken te hebben van de privacy van het meisje in kwestie.

Ik wil hier de volgende vergelijking maken: ik vind een missverkiezing in badpak minder erg dan een kindbespreking. De reden is simpel: alle jongedames in de missverkiezing weten dat ze daar enkel zijn om hun uiterlijk te laten beoordelen. De leerlinge in de kindbespreking denkt dat het gaat over haar talenten, vaardigheden, kennis, mogelijkheden, maar wordt louter op haar uiterlijk beoordeeld. Jullie zijn twee jongedames van 18 en jullie steunen deze praktijk? Volgens mij weten jullie wel beter, en dat stemt me wel optimistisch.

Verder zijn jullie reacties heel goed geschreven, maar ze raken de inhoud van de discussie niet:

  • Geloof je dat de vorm van je hoofd een weerspiegeling is van je talenten en persoonlijkheid?
  • Zou je je eigen kinderen naar een steinerschool sturen nu blijkt dat kinderen eigenlijk op hun uiterlijk worden beoordeeld?
  • Vinden jullie niet dat problemen, hoe erg ook, besproken moeten kunnen worden, zodat verbetering mogelijk is?
  • Vinden jullie het kunnen dat jullie school geleid wordt door een pastoor (voorganger) van een protestantse, Steiner-geïnspireerde godsdienst en daar niet openlijk voor uitkomt?

Met deze vragen is zeker een interessant klasgesprek mogelijk en heel de kwestie van de frenologie is zeker een uitstekend onderwerp voor een klassikaal vakoverschrijdend onderzoeksproject (geschiedenis, biologie, psychologie, en veel teksten te doorploegen in verschillende talen). Alle heisa en hysterie interesseert mij niet zoveel als de interesse en nieuwsgierigheid die dit genereert bij mensen, ook bij leerlingen van de steinerschool, om iets bij te leren. Waarom krijg ik de indruk dat leerkrachten die genoeg van de geschiedenis kennen om zo’n project te leiden, in de steinerschool geweerd worden?

Hieronder vind je een poging om concreet te reageren op de verschillende elementen in de twee reacties, maar eigenlijk hoop ik dat jullie dit zelfs niet lezen omdat je op een rockconcert bent, aan het barbecueën met vrienden, aan strand met uw lief en een fles cava, of aan het robbedoezen in de velden… je bent immers achttien en afgestudeerd, woeha!

Eerlijk: van harte gefeliciteerd!

Succes in je verdere leven… en hier is een spreuk van mij:

‘Alles komt goed, maar nooit op de manier dat je zou verwachten.’

‘Vrijwillige’ kindbespreking

Dat de leerkrachten toestemming vragen is wel heel correct, maar je moet niet vergeten dat dit geen gewone vraag is tussen twee mensen. De leerkrachten zijn zij die je beoordelen op het einde van het jaar. Je kunt natuurlijk wel weigeren, maar het is onzeker of de leerkracht dat niet tegen je gebruikt (al is het onbewust).

Daarnaast is er nog een veel belangrijker punt wat stilaan komt bovendrijven: de praktijk om de leerlinge in kwestie uit te nodigen in het leerkrachtencollege is helemaal niet algemeen binnen de steinerbeweging. De meeste scholen doen dit niet, maar dit wil allerminst zeggen dat ze niet aan kindbespreking doen. Concreet: de leerkrachten analyseren en bekijken iedereen met deze bril, ook degenen die niet worden uitgenodigd. Meestal (ik heb dit van persoonlijke bronnen in binnen- en buitenland) wordt een leerling meestal met een boodschap uit de klas gestuurd om iets te halen in de leerkrachtenkamer, waar dan toevallig een aantal leerkrachten zitten te vergaderen. Een uitgelezen kans om de leerlingen eens goed te bekijken.

Dit is het grote probleem en de oorzaak van de commotie: een praktijk die in andere scholen helemaal in het geheim plaatsvindt (zonder leerlingen uit te nodigen) wordt nu door de onvoorzichtigheid van Arnout De Meyere te grabbel gegooid. Als de kindbespreking de normaalste zaak van de wereld is, waarom belt hij me dan op met bedreiging (“Jij hebt problemen, jij hebt problemen!” en “Dit wordt gemeld bij bekenden”), onmiddellijk nadat hij voor het eerst de journalist aan de lijn kreeg? Blijkbaar zijn er toch kleine hoekjes en kantjes die men verborgen wil houden.

Grondplan van de ‘campus’ – ik kreeg veel documentatie maar geen plannetje, maar dat is snel gemaakt. Kasteellaan bovenaan links.

Geen slecht gevoel of spijt”

Wil je nu zeggen dat je het een aangename belevenis vond? Dat vind ik moeilijk te geloven. Misschien is het anders verlopen dan ik beschreven heb. Moest je je oren tonen en je naam op bord schrijven? Werd je ondervraagd over je privéleven? Dat alles gaf je geen slecht gevoel?

Het meest bizarre deel (de eigenlijke bespreking) gebeurt ook niet in aanwezigheid van de leerling, maar als die buiten is. Eigenlijk is het vraaggesprek dat je hebt meegemaakt enkel een excuus, zodat het hele college van leerkrachten je lichaam eens goed kan bekijken. Volgens de literatuur (over bijvoorbeeld Amerikaanse Waldorf scholen) blijkt dat daar ook aan ‘child study’ wordt gedaan, maar zelden wordt de leerling uitgenodigd. Berichten uit andere Vlaamse steinerscholen bevestigen eerder deze praktijk: de leerling wordt met een excuus naar de leerkrachtenkamer gestuurd voor een klusje, waar toevallig een aantal leerkrachten zitten te vergaderen.

De resultaten worden meegedeeld”

Als ik het goed begrijp heb je een analyse van je karakter aan de hand van de vorm van je hoofd, oren enzoverder mee naar huis gekregen. Je vindt dat “leerrijk” – dus je gelooft werkelijk dat je karakter en talenten volledig af te lezen zijn aan de vorm van je hoofd? Verwacht je later, als je misschien zelf kinderen hebt, dat de leerkracht zijn beoordeling baseert (of zich überhaupt ook maar bezighoudt met) de vorm van de schedel van je kleine spruit in plaats van wat zij/hij kan en presteert?

“U besefte niet wat er gebeurde”

Toen de leerling kwam getuigen begreep ik niet wat er ging gebeuren of de bedoeling was. Toen de leerling buiten was en de analyse begon werd het duidelijk, het heeft zelfs een naam. Zoals het filmpje duidelijk maakt, dit is een wetenschap van in de tijd dat men nog niet in de hersenen kon kijken of opereren. Frenologie is dus hopeloos verouderd, bijna bijgeloof. Op basis van deze nepwetenschap zijn in de 19e eeuw onschuldige mensen ter dood veroordeeld en mensen nog onder het nazi-regime (1933-1945) als minderwaardigen bestempeld en ter dood gebracht als dieren. Dat zijn de extremen, maar ondertussen hebben we toch geleerd: niet alleen de buitenkant telt…

Rudolf Steinerschool, Kasteellaan 54, Gent

Ik vind het dan echter ook uw recht niet om zonder goede kennis van zaken de school zwart te maken voor de hele media.”

Gelukkig leven we nog in een wereld waar mijn rechten niet afhangen van de mening van een 18-jarige… Ik ben verder niet akkoord met de formulering: er is hele strikte berichtgeving gebeurd en de school heeft kans tot wederwoord gekregen. Daarin bevestigde De Meyere niet alleen het bestaan van de kindbespreking maar ook a) dat het al 25 jaar gebeurt; b) dat het typisch steinerschool is. De journalist, ikzelf, iedereen die het verhaal hoorde was gechoqueerd. Ik heb niet geoordeeld of zelfs maar mijn mening over steinerscholen gegeven – ik heb gewoon verteld wat er gebeurd is. Het gaat niet over de vragen die gesteld worden, maar over de analyse die gebeurt in afwezigheid van de leerling.

Ik ben er zeker van dat de leerkrachten u dan degelijk hadden kunnen verwoorden wat hun bedoeling was.”

Inderdaad, jij kunt zelf niet vertellen wat de bedoeling was, maar dat is te begrijpen (zie verderop). Van volwassen leerkrachten die betaald worden door de staat (!) daarentegen verwacht ik wel dat ze weten dat het karakter en de talenten van iemand niet af te lezen zijn op zijn of haar uiterlijk. Ze hoeven daarvoor zelfs het woord frenologie of psychognomie niet te kennen. Roddelen en mensen in hokjes stoppen is makkelijk, naar jezelf kijken en je zwakke punten zien is al wat moeilijker – vooral als je niet zo zelfzeker bent.

Ik heb zelf mijn hele leven op de Steinerschool gezeten en heb niets gemerkt van alle dingen die jullie insinueren!”

Het is de expliciete bedoeling van de school om haar antroposofisch programma tenminste voor de leerlingen en voor de meeste ouders geheim te houden. In de schoolbrochure die ik ontvangen heb (van maar 2009) lees ik op p.5:

Overigens is de antroposofie geen lesstof voor de kinderen. De ouders hoeven de antroposofische visie niet te beamen. Essentieel is dat de ouders openstaan voor het onderwijsproces zoals dat in de school plaatsvindt en waar mogelijk het daadwerkelijk ondersteunen.

Ten eerste: de school loop vol met mensen die de antroposofie tot alleenzaligmakend hebben verheven, maar die deze absolute waarheid niet delen met de leerlingen? Verder bemerkte ik in alle klassen toch wel een grote nieuwsgierigheid naar Rudolf Steiner.

Ten tweede: wat over de ouders gezegd wordt, is al helemaal bevreemdend: ze hoeven de antroposofie niet te kennen. Waarom wordt dat niet aangemoedigd als Steiner zo interessant is volgens de schoolleiding?

Ten derde: datgene waar de ouders voor moeten openstaan is niet het pedagogische project zoals beschreven in het gelijknamige document, maar “het onderwijsproces zoals dat in de school plaatsvindt.” Ouders die hun kinderen naar zulk een school sturen, tekenen een blanco contract. Nog anders geformuleerd: ouders die kritiek hebben op de pedagogie (zelfs al citeren ze Steiner zelf) kunnen oprotten. Meedoen aan de school is de school kritiekloos steunen in alles wat ze doet. Dat is niet mijn kritiek of mening – dit staat gewoon in de documenten te lezen. Pretty scary stuff, als je het mij vraagt…

Ja, de Steinerschool heeft ook zijn mindere kanten, maar dat heeft iedere school, nietwaar??”

Deze ‘school’ beoordeelt de persoon, niet wat hij presteert en bijleert en komt er dan ook nog eens botweg voor uit… Ze doen niet aan onderwijs, maar aan opvoeding (en onderwijs is daar een kleine fractie van) en het is dat ook tekenend dat ze zich op dat vlak een aantal keer van term vergissen in hun documentatie.

Het verschil met andere scholen (ik ken ze) is dat er net ruimte wordt gecreëerd voor echte medezeggenschap en zelfkritiek. Het is een sterkte om een zwakke kanten onder ogen te durven nemen, dat is de enige weg naar constante verbetering. Dat de steinerscholen hiertoe niet in staat blijken, toont aan hoezeer het goeroescholen zijn die krampachtig vasthouden aan een pedagogie die 100 jaar oud is, of doen alsof om hun eigenlijke programma te verbergen.

Ze geloven niet in vooruitgang – een hele eeuw aan pedagogisch onderzoek weigeren ze simpelweg ook maar in beschouwing te nemen. Als je echt niet gelooft in voorruitgang, geloof je ook niet in onderwijs. Waarom zou je iemand naar school laten gaan als die zich niet kan ontwikkelen? Ze geloven ook niet in onderwijs en doen eigenlijk niet aan onderwijs, maar aan (her)opvoeding en noemen het anders om subsidies te kunnen ontvangen. Over die (poging tot) (her)opvoeding misschien later meer. Nu wil ik dieper ingaan op het ongeloof in vooruitgang in het algemeen en ongeloof in bijleren in het bijzonder. Oefenen, herhalen enzoverder zijn in de steinerschool niet aan de orde: of je slim of dom bent, handig of onhandig, artistiek of logisch, het wordt allemaal vooraf door het lot bepaald. Als Modred goed kan rekenen, is dat omdat hij voorbestemd is, als Hadewijch prachtig kan spreken, stond het in de sterren geschreven. Bijleren bestaat niet. Je bent voorbestemd. Les volgen in de steinerschool lijkt een beetje op je hand laten lezen bij Madame Soleille:

Wij willen kwaliteitsonderwijs verstrekken, geïnspireerd door de manier waarop in de antroposofie naar de mens en zijn ontwikkeling wordt gekeken. (Pedagogisch Project Steinerscholen 2010, p.4)

Een mens is [in de antroposofie] een burger van twee werelden: zowel een geestelijke als een materiële wereld. (PP)

Antroposofie is een geesteswetenschap die uitgaat van de idee dat de zichtbare, zintuigelijk waarneembare wereld [niet alleen bestaat, maar] zijn oorsprong vindt in en verbonden is met de geestelijke wereld. (Schoolbrochure, p. 4 ‘Achtergronden van de Steinerpedagogie’)

Steiners idee is dat de mens meerdere levens op aarde doormaakt en dat er een samenhang is tussen deze levens. (SB)

Een mens komt op aarde met een plan en krijgt een lichaam dat voor dit plan kan dienen. Dit plan leeft (eerst) niet in ons bewustzijn. (SB)

Vanuit de geestelijke wereld komt de mens als kind op aarde met een verborgen, uniek levensplan. (Pedagogisch Project Steinerscholen 2010, p.4)

Het doel van onze opvoeding [sic] is het kind te helpen om zijn eigen plan te leren ontdekken en realiseren. (…) Wij willen dan vooral meehelpen om het eigen innerlijk leven, de daadkracht en het sociaal voelen van de leerling te ontplooien. (PP)

Misschien toch even samenvatten: je lot staat vast, je wordt ermee geboren, maar dit lot bestaat enkel in de geestelijke wereld (je kunt het niet aanraken). Maar gelukkig is de materiële wereld (alles wat wel tastbaar is) een weerspiegeling van de geestelijke: en dat is de reden waarom jullie leerkrachten zo geïnteresseerd zijn in jullie schedelvorm en fysiek: het is een weerspiegeling van jullie lot. Hier staat botweg dat de leerkrachten jullie lot lezen in je uiterlijk.

Antroposofie in de Schoolbrochure

Natuurlijk bestaat dit niet: je kunt iemands lot niet aflezen aan het uiterlijk. Anders had Arnout De Meyere natuurlijk aan mijn uiterlijk al kunnen zien dat ik een slechterik was, of niet? Wat er concreet gebeurt is eigenlijk: valsspelen, natuurlijk. Je gelooft toch niet echt in Madame Solleil? De leerkrachten verzamelen eerst informatie (over privéleven, gezin, schoolresultaten) en gaan dan hun voorbarige conclusie in een gelaatsanalyse of fysische analyse projecteren.

Voor mij is het oké als je in reïncarnatie gelooft, maar als een school als doel heeft alle leerlingen bij hun reïncarnatie te helpen, gaat dit een stap te ver. Je gaat naar school om te leren, niet om te reïncarneren.

Muurschildering aan de ingang van het Rommelwaterpark, op 50m van de Kasteellaan.

Dat was ook het geval in de kindbespreking die ik meemaakte: de leerkrachten moesten worden gepusht door de schoolarts om observaties te maken, ze konden amper zelf opmerkingen verzinnen. De schoolarts moest dan suggesties doen in de orde van “Heb je die lip gezien? Dat pruillipje aan de linkerkant.” En dan iedereen maar beamen van “O ja dat pruillipje, dat is wel opvallend, ja dat wou ik net zeggen!”.

Ook de artistieke vakken, zogezegd om je lot (talent) te ontdekken, kunnen hoogstens opleveren dat je carrière kan maken als mandenvlechter, koperslager, beeldhouwer, kantklosster, vilttufter of een ander compleet anachronistisch beroep. Voeg daar dan bij dat de steinerschool al jaar en dag op meest absurde wijze standpunt blijft innemen tegen het ICT-onderwijs en het plaatje klopt.

Er nog nooit klachten zijn geweest van leerkrachten, ouders of leerlingen! Zijn zij dan niet degene waar het over gaat? Zijn zij dan niet de mensen die wèl weten wat er precies gebeurde?”

De ouders en de leerlingen maken geen kindbespreking mee. Wie z’n mond opentrekt als leerkracht gaat op de zwarte lijst: steinerscholen worden door de federatie verplicht om bij een aanwerving contact op te nemen met vorige steinerscholen waar de leerkracht actief was.

Ik had nooit gedacht dat je echt naar onze school kwam om er iets te vinden waar je commentaar op kon geven, waar je mee in de media kon komen.

Ik was heel benieuwd naar de steinerschool, en vond het een uiterst aangename tijd. Ik denk zelfs te mogen zeggen dat een heel aantal leerlingen daar zo over dachten. Ik zou zo voor mijn leven getekend hebben bij de steinerschool, tot na mijn ervaring die donderdag. En reken maar dat het 100% zeker zou geweest zijn dat ze mij voor een andere vervanging hadden gebeld, had ik gewoon maar mijn bek gehouden.

Je mag gerust weten dat ik het heel onaangenaam vind om mijn foto te zien staan in de krant, idem met mijn naam. Anoniem getuigen in zo’n gewichtige zaak zou eerder lafhartig zijn. Ik win hier niets bij, integendeel zelfs. Aanvankelijk was de getuigenis anoniem, omdat deze website zich garant stelde voor de informatie. Naar verluidt zouden er nog getuigenissen in de pers aankomen, maar vele mensen zijn bang.

Anderen zullen met je lachen en je bespotten, je bent nu eenmaal niet zoals zij, maar: “Onthou wie je bent, groentje!” (Lousberghkaai, Gent)

Ten minste, zo komt het nu op ons over. Ik ben zelf echt geshockeerd! En ik denk dat ik uit naam van vele leerlingen mag spreken…

Voor mijn part ben je een leerkracht of directielid die zich voordoet als een leerlinge. Je hebt dus helemaal niet uit naam van andere leerlingen te spreken. Mocht je een jaar jonger zijn, dan zou ik je heel anders aanspreken, veel vriendelijker, als tegen een kind. Ik hoop dat je deze reactie dan ook begrijpt…

Johan Bruyninckx

 

De weg naar de Peperstraat?

Het achterliggend verhaal ligt dan ook voor de hand: peper was al tijdens de middeleeuwen bekend, maar heel zeldzaam. Verder was het vrijwel het enige bekende uitheemse kruid en moest over land geïmporteerd worden. Door de opkomst van het Ottomaanse Rijk was de doorgang over land niet meer veilig en dat is in feite de initiële motivatie voor de ontdekkingsreizen: peper halen over zee i.p.v. over land. De V.O.C. is ook niet opgericht om koffie of zelfs opium te verhandelen (dat kwam er later bij), maar aanvankelijk lag de interesse bij peper. Peper was licht en duur, dus perfect om te verhandelen. Dat de handel in peper zeer winstgevend was, zie je aan bovenstaande toponymie: elke Peperstraat bevindt zich op de ‘duurste’, centraalste locatie van de stad.

Meer een aanzet voor een les dan een afgewerkt geheel. Wat nu volgt lijkt zo’n leuk weetje voor op café  dat je ooit eens gehoord hebt. Ik herinner mij uit mijn jeugd het Peperstraatje in Geel, een autoluwe straat waar eigenlijk niets te beleven viel, maar wel pal in het centrum, een zijstraat van de Markt.

Peperstraat, Geel

Toen ik onlangs een tijdlang in Vilvoorde vertoefde, viel het mij op dat ook daar er een Peperstraat is die uitgeeft op de Grote Markt. Wat dit soort van onderzoek met Google Earth of Google Maps op het vlak van naamkunde in een les Nederlands kan betekenen, hoeft geen betoog.

Peperstraat, Vilvoorde

En als er meerdere markten zijn, vind je de Peperstraat bij de belangrijkste kerk. In Tienen loop hij langs het stadhuis…

Peperstraat, Tienen

In Antwerpen is er geen Peperstraat, vreemd genoeg, maar daar is zoveel herbouwd, dat die wel eens verdwenen kan zijn. Nog een paar voorbeelden:

Peperstraat, Brussel

Het achterliggend verhaal ligt dan ook voor de hand: peper was al tijdens de middeleeuwen bekend, maar heel zeldzaam. Verder was het vrijwel het enige bekende uitheemse kruid en moest over land geïmporteerd worden. Door de opkomst van het Ottomaanse Rijk was de doorgang over land niet meer veilig en dat is in feite de initiële motivatie voor de ontdekkingsreizen: peper halen over zee i.p.v. over land. De V.O.C. is ook niet opgericht om koffie of zelfs opium te verhandelen (dat kwam er later bij), maar aanvankelijk lag de interesse bij peper. Peper was licht en duur, dus perfect om te verhandelen. Dat de handel in peper zeer winstgevend was, zie je aan bovenstaande toponymie: elke Peperstraat bevindt zich op de ‘duurste’, centraalste locatie van de stad. Van het spreekwoord leerden we al dat peper duur was, maar dat is toch nog niet hetzelfde als op straat zien dat hoe winstgevend die handel en hoe populair de peper was.

De Peperstraat is een zijstraat van de Poelestraat midden in het centrum van Groningen.

Voor de naam bestaan twee verklaringen. De eerste is dat de naam komt van de specerij. In de straat zaten veel paardenhandelaren en die zouden zich hebben laten betalen met zakjes van het destijds zeer dure peper. De andere verklaring gaat uit van peper als de volksnaam voor de mattenbiesplant. In die verklaring zou de straat historisch plaats hebben geboden aan stoelenmatters en mandenvlechters.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Peperstraat

Allemaal larie, natuurlijk: als je de kaart van Groningen bekijkt, zie je dat die ter hoogte van de Sint Martinikerk ligt. Niet direct aan de Grote Markt, maar misschien is die zelfs verschoven… zeker en vast was dit niet de buurt van de stoelenmatters.

Ronald Giphart: voorbij de vuilbekkerij

LESMATERIAAL:

LINKS:

 

Een meisje dat tegen haar baas roept dat hij “gerust haar stijve kut over zijn natte pik kan wringen” gooit hoge ogen en lijkt weinig complexen te kennen. De (mannelijke) lezer wordt dan ook bijna letterlijk het verhaal ingezogen, al vermoedt hij dat er uiteindelijk toch weer niets zal gebeuren. Binnen het verhaal zelf, is het exact dezelfde dynamiek die de orde van de dag uitmaakt.

Hoewel Giphart in Nederland al jaren een favoriet bij de jongeren is -en dat is volledig terecht-, is blijft hij in Vlaanderen vrijwel ongelezen in de scholen. Aan de oppervlakte zijn er natuurlijk duidelijke redenen aan te wijzen, voor alles het uitermate expliciete en vulgaire taalgebruik. Als er niemand dit als een probleem ziet, zal ik een andere excuus moeten verzinnen om dit verhaal te verantwoorden.

Ten eerste thematiseert dit taalgebruik de gehypte seksuele spanningen in het verhaal en een modern kick-craven hedonisme wat wordt beschreven vanuit een personage die daar geen vragen bij stelt. Tegen de achtergrond van een desolaat, ronduit vervelend eiland, drijft het verhaal op kicks van obsceniteiten, xtc, alcohol, provocatie en seks.

Ten tweede is het verhaal relevant en actueel omdat het getrouw de complexiteit van moderne heteroseksuele relaties weergeeft. In een zo sterk visueel ingestelde en gemediatiseerde maatschappij kan het niet anders of de beelden van ‘man’ en ‘vrouw’ worden door de media beïnvloed. Mijn gedragingen als man (wat ik denk dat een man moet zijn) worden beïnvloed door beelden buiten mij die andere doelen hebben dan mij zelfkennis verschaffen, namelijk: producten verkopen. Zijn we gewend zoveel film/video te kijken dat we onzelf ook zien als acteurs in een film?

Een derde punt is dominantiestrijd tussen de seksen, die in dit stuk op heel verfijnde wijze wordt gespeeld. Het lijkt wel een spelletje van ‘jezelf niet te laten kennen’, alles doen om het blauwtje te vermijden. Of als we een blauwtje riskeren te lopen, is het minder erg als we ons voordoen als iemand anders. Onoprechtheid als een schild, een manier van jezelf buitenspel te lopen maar toch nog het spel te beïnvloeden. Nergens is er toenadering, want er is niemand die zich kwetsbaar opstelt.

Misschien publiceer ik later nog een paar opmerking rond dit verhaal in artikelvorm. Zonder de lectuur van het verhaal zullen bovenstaande opmerkingen sowieso weinig zeggen, maar volgens mij biedt dit stuk genoeg stof ter discussie om nog meer dan een les aan te spenderen achteraf.