Rave-literatuur: Alan Warner, Morvern Callar (1995)

LESMATERIAAL:

LESDOELEN:

  • een moderne populaire roman begrijpen
  • een fragment uit die roman bespreken
  • uitleggen op welke manier deze roman postmodern is
  • leeservaring op gestructureerde en persoonlijk manier neerschrijven

LESVERLOOP:

  • korte inleiding door leerkracht, of opening van de film tonen
  • leesproef met pagina 8 tot en met 13 en het takenblad
  • leerlingen krijgen willekeurige fragmenten uit de roman, maar elk fragment wordt aan twee leerlingen gegeven. Ze worden krijgen de opdracht zich na hun leestaak aan dit fragment te wijden, dat ze mondeling zullen moeten voorstellen. Vragen daarbij: waar speelt dit fragment zich af en wat gebeurt er precies? hoe voelt Morvern zich en hoe weet je dat?  De leerlingen moeten aantekeningen maken over aspecten die ze zouden kunnen bespreken.
  • Na een tiental minuten worden de leerlingen onverwacht in gekoppeld aan de leerling die hetzelfde fragment kreeg en mogen ze samen nog even bespreken hoe ze de scene gaat bespreken en weergeven.
  • Er wordt extra de nadruk op gelegd dat er punten te verdienen zijn met het leggen van verbanden met hetgeen in de voorgaande praatjes aan bod kwam. Het eerste team kan terugkoppelen op de leesproef.
  • Op chronologische volgorde worden de groepjes gevraagd het boek voor te stellen in 3 minuten, zodat we inderdaad een serie aan verschillende situaties voor ons voorbij zien schieten. Met de taak van de terugkoppeling zijn ook de leerlingen die nog niet aan de beurt zijn bezig met de sprekers.
  • Indien we dit afgerond kan worden, komt er nog een schrijftaak (wellicht op het forum) waarbij de leerlingen hun persoonlijke visie mogen geven over de les en of ze van de roman hebben kunnen proeven op deze manier, wat hen aansprak, waarom we de hele film toch moeten bekijken, enzoverder.

Als Alan Walkers boek zelf een rave is, is het niet omdat de lezer van het ene feest naar het andere gesleurd wordt. In tegendeel zelfs, hoofdpersoon Morvern zien we op welgeteld een groot feest, al eindigt dat wel in wilde groepsseks. Enkele bladzijden daarvoor zaten we nog op een toilet Southern Comfort te drinken, daarvoor in de supermarkt waar Morvern werkt. Na de eigenlijke rave en een minder opwindende nachtelijke voettocht zonder jas, zitten de meiden bij oma voor de kachel.

Terwijl een eigenlijke intrige ontbreekt, sleept Morvern Callar de lezer mee in een kaleidoscopische reis van de meest vreemde situaties waarin zij zich steeds weet te redden, meestal zonder ook maar een woord te zeggen. Ze lijkt het epicentrum van dolgedraaide, tollende wereld, die ons als een videoclip wordt voorgeschoteld.

En een videoclip heeft een soundtrack. Het boek is werkelijk doorspekt met referenties naar de muziek die Morvern op haar walkman speelt en die zijn allemaal het opzoeken waard. Pop, electro, fusion, klassiek, funk, krautrock, reggae en new wave – het pallet is enorm divers.

Dat een echte drijvende verhaallijn ontbreekt  neemt niet weg dat er met klassieke motieven wordt gespeeld, zoals ‘het verloren manuscript’, maar het blijft toch bij uitstek een typische postmodern boek. Het bevat een combinatie van stijlen, toevoegingen, tekeningetjes, extracten, lijstjes met songs, enzoverder.

Het boek eindigt helemaal niet zoals een postmodern boek dat zou doen (met een open, relativistisch einde), maar met een ommezwaai. De eindeloze rave van het materialistische leven vindt wel een einde in de zwangerschap van Morvern. Ze vindt haar rust en een echt nieuw begin, dat ze dacht te vinden in materiële welstand, maar pas vindt met ‘het kind van de raves’.

De hele weg die Morvern heeft afgelegd is zelfs geen leerproces, het is alsof het moederschap haar verandert. Dat de zwangerschap ontstond tijdens een wilde rave, heeft geen enkele invloed op kathartische invloed van het kind op Morverns leven. De afwezige vader blijft een gegeven, maar dat is al vanaf de eerste pagina duidelijk uit haar absolute adoratie voor haar vriendje en de relatie met de adoptievader.

Guy de Maupassant, ‘Het seintje’ (1886)

LESMATERIAAL:

lesigne

Nogmaals vertaalde literatuur, wederom zonder excuses. Leesplezier is een belangrijke hoeksteen van literatuuronderwijs, niemand hoeft immers literatuur te lezen. Anderzijds kan modern onderwijs in een transdisciplinaire benadering niet zonder literatuur: geen enkel medium is in staat de sociale, ethische, economische, esthetische en epistemologische stratum van een maatschappij weer te geven en toch aanschouwelijk te maken.

saintlazaregare

Naast het feit dat ‘Le signe’ van Guy de Maupassant leest als een trein (ook bij de leerlingen!) , zit er onder het oppervlakteniveau van de burgervrouw die zich ‘toevallig’ prostitueert een vat van culturele en sociale informatie en kritiek schuilgaat. Om dat alles te ontdekken is er een gidsende hand nodig en de achtergrondtekst biedt in dat opzicht stof genoeg ter discussie, maar is een tekst-in-ontwikkeling, zoals vele teksten hier. Feedback is altijd welkom.

Er zijn geen concrete takenbladen voorzien, omdat ik denk dat het kortverhaal genoeg aandacht en reactie bij de leerlingen zal hebben om een levendig klasgesprek te voeren.

Deze les biedt aanknopingspunten voor een discussie over prostitutie, seksuele ethiek enzoverder, maar het verhaal van de Maupassant neemt dit veel breder en beoogt kritiek op een veel bredere laag van de burgerlijke code dan louter op het vlak van seksualiteit.

Op het einde van de achtergrondtekst worden enkele opmerkingen geformuleerd over dit verhaal als metatheater, het leven als een toneelrol: ben je zoals je jezelf ziet, of ben je hoe de anderen je zien? Is er in het leven een verschil tussen een rol spelen en een rol vervullen?

Theo van Gogh en het debat over vrije meningsuiting

LESMATERIAAL:

Toen ik in het kader van deze les in een klas met een aantal allochtone leerlingen probeerde uit te leggen dat woorden, beledigingen, relatief zijn en niets in vergelijking met daadwerkelijk geweld, zij een meisje: “blauwe plekken gaan weg, maar woorden vergeet je nooit…”

Er is dus in die zin nog veel werk aan de winkel. Deze les opent met de kortfilm die voor een goed deel de aanleiding is tot de hele discussie. Bij de film zijn meerkeuzevragen beschikbaar, daarna is er een tekstenbundel beschikbaar. Hiermee kan best in groepen gewerkt worden: na voorbereiding brengen de verschillende groepen  de basisgegeven uit hun tekst naar voor en kan er gediscussieerd worden.

Sprookjes: Verhalen van 1001 Nacht

LESMATERIAAL:
Wat de onmiddellijk oorzaken van de ommekeer in het gedrag van de edelen in de 11de eeuw wordt vaak ook aan de kruistochten gerefereerd, en hoewel de invloed van deze confrontatie tussen westerse en oosterse cultuur niet kan worden onderschat, wordt zelden echt aangegeven wat in de Arabische cultuur deze verschuiving heeft teweeggebracht en hoe. Zonder dit onderwerp echt uit de diepen, kunnen we dit wel concreter maken met korte excursie in een boek waarvan de invloed op de middeleeuwse literatuur onmetelijk moet zijn.
1001_tableau
Vertellingen van duizend-en-een-nacht is de naam voor een verzameling verhalen in de vorm van een raamvertelling uit het Midden-Oosten. Sommige van deze verhalen zijn ouder dan de christelijke jaartelling, andere stammen dan weer uit de Middeleeuwen. De kern van deze verhalen is het Perzische boek Hezar-afsana (Duizend mythen, in het Perzisch: هزارافسانه). Lang dacht men dan ook dat de verhalen van Duizend-en-één-nacht van oorsprong Perzisch waren, maar ze blijken nu uit India afkomstig te zijn.
.
Opmerkelijk is te zien hoe in het titelverhaal Duizend en een nacht, het verhaal verteld wordt over de vertelster Scheherazade die in feite geen verhaal heeft tegen de sterke, machtige, viriele koning, maar toch weet te ontkomen dank zij haar vrouwelijke wapen: hetzelfde talige wapen.

Sprookjes: Roodkapje en de weerwolf

LESMATERIAAL:

Er is in het moderne moedertaalonderwijs zeker aandacht voor de sprookjes. Als het erom gaat een aanknopingspunt te vinden in de leefwereld van de jongeren, dan is dit onderwerp gefundenes fressen. Disney nu wel populairder dan toen ik jong was, zelfs bij oudere tieners. Hiervan wordt echter veel te weinig gebruik gemaakt om de leerlingen iets fundamenteels bij te leren over literatuur, maatschappij, geschiedenis, opvoeding en seksualiteit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De meeste handboeken vestigen enkel nog de aandacht op de verwerkingsniveau’s, de aanpassingen nagaan tussen verschillende versie en hebben weinig oog voor de tekstfunctie. Soms durft men wel verwijzen naar de seksueel-pedagogische ondertoon van de oorspronkelijke volksverhalen, maar er wordt niet op de tekst gewerkt of aangeduid hoe dat in de tekst verweven zit.

Aan de hand van een vergelijking van het sprookje van Perrault met een middeleeuwse, mondelinge variant, wordt duidelijk dat het oorspronkelijke volksverhaal een duidelijke maatschappelijke functie vervult, terwijl het bij Perrault om amusement gaat. De aanpassingen in het verhaal, met het vervangen van de oorspronkelijke weerwolf (geen dier maar een mens, een man) door een gewone wolf (een dier) op kop, vormen een cruciale breuklijn tussen volksverhaal en ‘literatuur’.

Concrete werkvormen of taakmateriaal voor deze les zijn nog niet beschikbaar. Ik heb wel enkele ideeën, maar die wil ik eerst uitproberen: tekstvergelijking laten maken, verhalen doorvertellen en registreren welke elementen verdwijnen, … Voorlopig enkel een ruw achtergrondartikel voor de leerkracht.

Detectives II: Sherlock Holmes

LESMATERIAAL:

Deze lessenreeks over de detective kan natuurlijk niet aan Sherlock Holmes voorbijgaan. Het leerplan is duidelijk over vertaalde literatuur en als het wereldletterkunde betreft, hoeft het volgens mij geen betoog. Er is binnen de les Engels geen tijd genoeg om zelfs maar de voornaamste auteurs aan te stippen, dus dat kan zeker in de les Nederlands aangevuld worden.

Het is ook belangrijk om op te merken dat wat de originele teksten betreft, alles van A.C. Doyle natuurlijk op het web beschikbaar is: Engelse teksten, audio books, zelfs twee integrale tv bewerkingen van exact dit verhaal zijn vrij te verkrijgen. Ik geef deze links ook altijd aan de leerlingen: wie te lui is om te lezen kan altijd het originele Engelse audiobook op de iPod afspelen. Liever zo dan dat helemaal niets te lezen.

Dit opdracht brengt noodzakelijkerwijs thuislectuur met zich mee. Deze kan getest worden aan de hand van de meerkeuzevragen. De leerlingen mogen bij het oplossen de tekst gebruiken. Zo worden zij die hun tekst bewerken, notities nemen bij de lectuur enzoverder, beloont.

Van zodra er leerlingen met de meerkeuzevragen klaar zijn, mogen worden zij in groepjes verdeeld volgens moment van het afleveren van het eerste deel van de taak. Zij mogen in groepjes van 3 aan een van de begripsvragen beginnen. Omdat de meerkeuzevragen vrij eenvoudig zijn voor zij die het verhaal gelezen hebben, zal de verdeling van de groepjes eerlijk zijn met betrekking tot indeling.

De volgende les wordt dan een rondetafelgesprek over de thema’s van het verhaal, maar geleid door de antwoorden op de begripsvragen en naar voren gebracht door de leerlingen. In het rondetafelgesprek kan de leerkracht ook de punten aanstippen die belangrijk zijn op basis van de cursustekst. De beste manier is niet hiermee te beginnen, maar deze punten aan te halen in repliek op de antwoorden van de leerlingen op de begripsvragen.

Deze tweede les zou kunnen afgerond worden met een beschouwing over “natuurlijke fysionomie” in literatuur: de goeden zijn altijd mooi, de slechten lelijk. In die context kan gewerkt worden met een extract uit Umberto Eco’s “De Taal van het Gezicht” uit Wat Spiegels Betreft.