“Wat is taal?”: inleiding in de ATW

LESMATERIAAL:

Het is zeer merkwaardig dat hoewel de talen een hoofdbrok van het curriculum van het secundair onderwijs uitmaken, er weinig initiatief is om dat vreemde gegeven ‘taal’ wetenschappelijk te gaan bekijken. Dat doen we wel bij fysica, chemie of andere vakken, maar bij moedertaalonderwijs blijft dat vaak beperkt tot grammatica.

Verder is taal het enige schoolse vakgebied waar de leerlingen -en alle andere mensen- dag in dag uit mee bezig zijn en actief bijleren elke dag.

Beschouwingen over het fenomeen moeten dan ook en kunnen best vanuit de dagelijkse realiteit vertrekken. Los van alles, is het eerste hoofdstuk van Dik & Kooij, Inleiding in de algemene taalwetenschap een must voor iedere volwassene.

Qua werkvorm is deze les verre van geavanceerd, ik gebruik het als een zelfstudie-opdracht die aangekondigd getoetst wordt, zonder gebruik van de basistekst voor één keer. Het is meer een stofverwerkingstoets, daar de tekst zeer duidelijk gestructureerd is. Een voorbereiding op voorgezet onderwijs.

Over Simon C. Dik: http://www.biografischportaal.nl/persoon/58923083

Over Jan Kooij: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/jankooij.html

Taalvariatie: standaardtaal en dialect

LESMATERIAAL:

Bovenstaande taak werkt voornamelijk op twee competentievelden: taalbeschouwing en lezen. Alle tekstjes zijn afkomstig uit een krantje van de Taalunie, dat werkelijk een spectrum aan perspectieven bood om dit onderwerp te behandelen.  Simpelweg de leesoefening aandachtig uitvoeren leidt de leerlingen al naar een moderne, semi-wetenschappelijke, non-prescriptieve visie op taal.

Onleesbaar? Tom Lanoye, “Alles moet weg” (1988)

LESMATERIAAL:

Hoewel het hier een literaire tekst betreft, is de literaire competentie niet wat hier geoefend en geëvalueerd wordt. Dit is een intensieve leesoefening die een volwassen moedertaalspreker zonder taalproblemen moet kunnen oplossen. Wel is er natuurlijk aandacht en concentratie vereist.

alles-moet-weg

Gebruik van het woordenboek moet volgens mij bij elke taak voor Nederlands toegelaten worden, dus ook voor deze. Het betreft een korte tekst, dus tekst en vragen kunnen samen onaangekondigd als taak gegeven worden.

De manier om dit aan te pakken is de tekst in een keer door te lezen. Op die manier wennen de hersenen aan de aanpassingen en conventiedoorbrekingen die de tekst pleegt. Er ook ook een echte ervaring aan gekoppeld: onze hersenen kunnen veranderingen van conventies aan, als ze maar geleidelijk en duidelijk aangekondigd worden.

Verder is dit ook een oefening waar leerlingen met echte leesproblemen onmiddellijk in de problemen komen. Door een taak zoals deze, kan de leerkracht dit tijdig en objectief detecteren en de nodige remidiëring starten.  Het is dan ook interessant om de leerlingen bij wie al leesproblemen werden vastgesteld toch te laten deelnemen. Indien het resultaat barslecht is, wordt het natuurlijk niet doorverrekend, maar als het wel positief uitdraait, is dat toch een opsteker voor de leerling. Die leert zijn probleem minstens te relativeren.  Of een leerling die echt dyslexie heeft, op deze proef kan slagen, is nog een groot vraagteken, maar een aparte discussie.